Klantcase StrateGis – 3D Cityplanner


Jelle Rijpma: “De 3D Cityplanner is beter dan alle andere tools.”


Onlangs spraken we met Jelle Rijpma, eigenaar van Jelle Rijpma Advies, over de samenwerking en zijn ervaringen met de 3D Cityplanner. De samenwerking is twee jaar geleden ontstaan en heeft Jelle tot dusver positief ervaren. Ben je benieuwd naar zijn ervaring en samenwerking met StrateGis Groep? Lees dan gauw verder!

Over Jelle Rijpma Advies
Na vroeger de studie Stedenbouwkunde afgerond te hebben is Jelle Rijpma begonnen aan zijn carrière. Hij heeft onder andere tien jaar bij de Rijksoverheid gewerkt waar hij zich bezighield met de regionale structuurvisie van ruimte in combinatie met de structuurvisie van de infrastructuur. Daarna is hij terechtgekomen bij TNO en DHV en na ongeveer vijf jaar heeft Jelle de stap gemaakt om voor zichzelf te beginnen.

Inmiddels heeft hij al ruim elf jaar het bedrijf Jelle Rijpma Advies dat zich bezighoudt met urban planning. Hiermee geeft hij op projectmatige basis advies over stedelijke planning. “Als er ingrepen op de planning staan voor een bepaalde regio of stad draag ik hieraan bij en lever ik studie. Ik houd mij vooral bezig met de ‘hoe’ vragen, zoals: hoe realiseer je een visie of hoe realiseer je een bepaalde ingreep in een ruimte? Ik ben als het ware verantwoordelijk voor een deel binnen het geheel”.

Vernieuwing mogelijk dankzij de 3D Cityplanner
Bij Jelle Rijpma Advies is er continu sprake van vernieuwing. Een vernieuwing waar Jelle mee te maken kreeg is het betrekken van burgers in het proces van besluitvorming van de stad. Aansluitend daarop volgde de vraag hoe je die inhoud het beste kunt delen en ontwikkelen met anderen en mensen zelf kunt laten spelen met de inhoud. “Deze vraagstukken hebben mij uiteindelijk bij StrateGis Groep gebracht. Sinds ongeveer twee jaar maak ik dan ook veel gebruik van de 3D Cityplanner”.
“De 3D Cityplanner heeft een herkenbare basis van rekenen en tekenen én dan ook nog eens heel snel. Precies wat ik nodig heb.”

Een snelle en effectieve tool
Voor de projecten waar Jelle aan meewerkt is het essentieel dat bepaalde zaken tegelijkertijd toegepast kunnen worden op meerdere locaties. De 3D Cityplanner is hier de ideale tool voor. Hij heeft dan ook een abonnement genomen op de 3D Cityplanner en is met het instrument gaan oefenen. “Inmiddels doe ik er heel veel leuke dingen mee. Het model geeft direct uitsluitsel op het moment dat je bezig bent. Binnen vijftien minuten is het zichtbaar! Deze precisie en snelheid is precies wat je nodig hebt in deze fase.”

Alleen maar positieve ervaringen
Het is voor veel mensen vaak een hoge drempel en best spannend om over te stappen naar een andere tool. “Mijn ervaring met de 3D Cityplanner is dusdanig positief dat ik wel durf te stellen dat deze tool beter is dan andere tools. Absoluut de moeite waard. Het heeft een herkenbare basis van rekenen en tekenen én dan ook nog eens heel snel in het weergeven van effecten. Het is een enorm breed instrument dat iedereen kan gebruiken voor een betaalbare prijs.” zegt Jelle vol overtuiging.

Ben je geïnteresseerd in de 3D Cityplanner of wil je meer weten? Neem dan vrijblijvend
contact met ons op. Wij helpen je graag verder!

Stuur een e-mail of kijk op https://3dcityplanner.com/tool

Met data wordt bewonersparticipatie wél een succes

Steeds vaker betrekken gemeenten omwonenden bij bouwprojecten. De Omgevingswet, die over een jaar van kracht wordt, formaliseert deze trend: gemeentelijke overheden kunnen niet langer om de burgers heen(bouwen). Anne Dullemond van Strategis betoogt dat dit ‘spannende nieuwe speelveld’ voor alle partijen voordelen heeft, mits de benodigde data op orde is.

Bij lezingen en presentaties voor gemeentelijke overheden merk ik dat ambtenaren de Omgevingswet met enige behoedzaamheid tegemoet treden. Dat is wel te begrijpen. ‘Amateurs’ dreigen zich voortaan te bemoeien met zaken die de professionals van de gemeente en de projectontwikkelaar voorheen prima zelf afkonden. Die vertrouwde benadering komt nu onder druk te staan.

Schermvoorbeeld van een massastudie

Toch kan deze ‘nieuwe’ belangengroep een positieve bijdrage leveren aan het resultaat. Misschien komen ze over als betweters, maar ze brengen wel een schat aan kennis en deskundigheid in. Daarnaast stellen ze de vragen die niet per se leuk zijn, maar wel een antwoord verdienen. Hebben jullie gedacht aan? Wat zijn de gevolgen voor? Is er rekening gehouden met?

Bij Strategis, waar we 3D-software voor gebiedsontwikkeling maken, kwamen we een paar jaar geleden onverwachts in dit spannende nieuwe speelveld terecht. Het wijkberaad Bezuidenhout in Den Haag probeerde al een poos een vinger te krijgen achter gemeentelijke plannen voor de wijk. De geplande inbreiding van drieduizend woningen zou natuurlijk invloed hebben op de leefbaarheid van en in de wijk. Maar hoe precies? En in welke mate? De gemeente had gekeken naar de bouwvoorschriften, parkeernormen en energieprestatie, maar niet naar de effecten op de leefbaarheid in de buurt. Bij ‘greenfield’ nieuwbouwprojecten vanaf een bepaalde omvang wordt altijd rekening gehouden met aantallen scholen, speelplaatsen en winkels per bewoner, maar bij inbreiding is dit niet iets waar altijd naar gekeken wordt.

Jacob Snijders van het wijkberaad nam contact met ons op: konden onze tools en diensten helpen bij hun zoektocht naar duidelijkheid? Samen maakten we daarom een Leefbaarheids Effect Rapportage (LER), op basis van data die het wijkberaad her en der in documenten en rapporten gevonden had. Daarbij liepen we tegen vier valkuilen aan.

1: Data verzamelen

Die data verzamelen, zo werd duidelijk, was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij gemeenten houden diverse afdelingen zich bezig met het verzamelen en bijhouden van data. Iedere afdeling is verantwoordelijk voor haar eigen datasets. Verkeer en vervoer, openbare ruimte, groenvoorziening, sociale zaken: al deze datasets moeten in toenemende mate beschikbaar zijn voor bewoners en andere belanghebbenden, maar de praktijk is weerbarstig. Datasets binnen een gemeente zijn vaak niet uniform opgesteld, en dus lastig vergelijkbaar. Ook gebruikt iedere gemeente haar eigen formuleringen.

We zien bijvoorbeeld bij de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) verschillende schrijfwijzen langskomen in gegevens over de bouwhoogte: de ene heeft het over een ‘maxbouwhoogte’ van zes meter en de andere noemt het simpelweg ‘max 6 m1’. Daarnaast zijn er de beruchte ‘dode data’: datasets die niet digitaal beschikbaar of toegankelijk zijn (nog altijd liggen veel omgevingskaarten en rapporten in archiefkasten). Wat bovendien niet helpt, is dat er maar weinig ambtenaren beschikbaar zijn voor dit belangrijke ‘datagedreven’ aspect van het werk.

2: Data toetsen

Vervolgens gaat het bij onze LER om het toetsen van deze data aan normen. Maar de gevonden data (bijvoorbeeld een CBS-afstandenkaart uit 2018) kan verouderd zijn, waardoor ze onvoldoende bruikbaar is om de situatie inzichtelijk te maken. Data is soms ook onnauwkeurig. Neem bijvoorbeeld gegevens van woningen, kantoren en scholen. Om het oppervlak van een vastgoedobject op te halen, kun je de BAG gebruiken. Maar een gebouw heeft soms meerdere functies: een apotheek is bijvoorbeeld onderdeel van een ziekenhuis. We hebben datasets gezien waarin beide functies evenveel vierkante meter toebedeeld kregen. Een computer kan zo’n fout niet herkennen; alleen met gezond verstand los je dat op. Een ander voorbeeld: in Bezuidenhout vroeg het wijkberaad gegevens op over het aantal huisartsen in de wijk. Dat bestand bleek niet bruikbaar, want ook medisch specialisten die vanuit een woonhuis opereerden stonden als (huis)arts te boek. 

3: Data vertrouwen

Een andere hobbel is de herkomst van de data. Bij participatietrajecten hebben we meegemaakt dat bewoners uitkomsten van bepaalde onderzoeken in twijfel trokken, bijvoorbeeld omdat de opdrachtgever daarvan de projectontwikkelaar zelf was. Die scepsis is niet verwonderlijk. Burgers worden nu eenmaal steeds mondiger, en eenvoudiger dan vroeger komen ze aan hun eigen informatie. Het is logisch dat ze deze kennis inzetten om een ongewenste uitkomst te voorkomen – of een wenselijke uitkomst te forceren. Een goed voorbeeld hiervan zijn de boeren die bij het RIVM klaagden over de gebruikte onderzoeksmethode. Wil je dus dat de data vertrouwd wordt, dan is het van groot belang om al in een vroeg stadium overeenstemming te bereiken over de keuze van de onderzoeker en de te gebruiken methode.

4: Data inzetten

Als je uiteindelijk voldoende overtuigd bent dat je data werkbaar is, kan er getoetst worden. Maar op veel terreinen zijn er geen harde normen. Tenminste: niet hard genoeg om een gemeente of andere instantie op af te rekenen. Zo is er een landelijke norm voor basisscholen: per kind moet acht vierkante meter beschikbaar zijn. Op basis van prognoses van het aantal gezinnen met kinderen kun je berekenen hoeveel extra ruimte er nodig is. Maar de gemeente is hier alleen indirect voor verantwoordelijk, door te faciliteren en ruimte te bieden.

Hetzelfde geldt voor tandartsen en huisartsen. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) hanteert normen voor het aantal patiënten per praktijk. Gemeenten faciliteren hierbij, maar opnieuw: om harde verplichtingen gaat het niet. Voor bijvoorbeeld geluid en fijnstof zijn er duidelijke normen. Maar die van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn veel strenger dan die van de Europese Unie. Welke hanteer je dan?

Beter resultaat

De Omgevingswet lost deze lastigheden niet van de ene op de andere dag op, maar een stap in de goede richting is het wel. Gemeenten moeten hun data up-to-date brengen, standaardiseren en beter toegankelijk maken. En gemeenten, projectontwikkelaars en bewoners zullen steeds meer moeten gaan samenwerken. De Omgevingswet stelt hun betrokkenheid bij projectbesluiten voor grotere projecten namelijk verplicht – en dat op basis van een (min of meer) gelijk speelveld.

Bewonersparticipatie – bijvoorbeeld bij een inbreiding – kan een lastig te managen proces zijn. 
Maar goed uitgevoerd (en met dank aan data) levert zij voor alle partijen een beter resultaat op. Voor de gemeente, die een gebied laat ontwikkelen waar mensen daadwerkelijk op zitten te wachten. Voor de projectontwikkelaar, die vanuit duidelijke doelstellingen kan werken. En voor de bewoners, die de toekomst van hun buurt kunnen helpen vormgeven.

Verschenen op: https://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/met-data-wordt-bewonersparticipatie-wél-een-succes/